Toch rekeningrijden?

27-11-2015, Lelystad,

Afgelopen woensdag berichtte de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat Nederland het zogenaamde rekeningrijden in moet voeren om de uitstoot van vervuilende stoffen terug te dringen. Enkele malen eerder is al geprobeerd om dit in te voeren, maar elke keer werd het plan afgeschoten vanwege hoge investeringskosten of privacy issues. Hoewel het streven naar een steeds lage CO²-uitstoot de laatste tijd in een kwaad daglicht is komen te staan zijn er wel degelijk solide argumenten te voeren voor rekeningrijden. 

 

Om te beginnen is het ver weg de meest eerlijke autobelasting die we ons kunnen voorstellen. Zo geldt voor de belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM) de CO²-uitstoot als belangrijkste richtlijn. Dit lijkt op het eerste oog een goede maatregel. Immers: auto's met schonere motoren en een lage uitstoot worden minder belast. Echter: iemand die 10 keer per jaar bij mooi weer een rit maakt in zijn benzine slurpende oude cabrio stoot nog steeds vele malen minder CO² uit dan iemand die een schone auto bezit en daarmee zo'n 150.000 km per jaar af legt naar zijn werk. Eigenlijk een hele rare regel dus die zijn doel mist.

De volgende belasting die we kennen is de motorrijtuigenbelasting (MRB). Een ingewikkelde belasting met veel factoren die gewogen worden en diverse uitzondering. Echter geldt ook voor de MRB dat de meest belangrijke factor ontbreekt: er wordt niet gekeken hoeveel kilometers iemand daadwerkelijk aflegt. Hiermee is de MRB een belasting op bezit die, net als de BPM, volledig zijn doel moest.

Een andere belasting die we kennen heet de 'regeling privégebruik auto van de werkgever' (de bijtelling). Over deze regeling hebben we de laatste weken al kritisch geschreven. Wel is dit de enige fiscale maatregel die gebruikers nog een heel klein beetje belast op het aantal kilometers dat ze rijden. Dat dit echter alleen van toepassing is bij een vastgestelde grens van 500 kilometer is natuurlijk bizar en doet dit hele concept weer teniet. Er hoeven niet veel woorden vuil gemaakt te worden om aan te tonen dat de bijtelling net als de overige autobelastingen zijn doel mist.

De laatste belangrijke belasting is er niet één op voertuigen, maar op de brandstof die ze gebruiken: de accijns. Dit is een maatregel die zijn doel lijk te treffen: brandstofverbruik is immers per definitie afhankelijk van het aantal gereden kilometers, maar daarnaast ook van hoe zuinig een motor is. Een zuinige motor is een schone motor en men hoeft niet lang te rekenen om de conclusie te trekken dat accijnzen bevorderlijk zijn voor het milieu. Is de brandstofaccijns dan een goed alternatief voor rekeningrijden? Nee. Hoewel de onderzoekers van OESO iedereen graag doen geloven dat het sparen van het milieu de belangrijkste reden is om het rekeningrijden in te voeren is dit niet het hoogste doel. Een eerlijke belasting van autogebruik maar ook, nog veel belangrijker, het vergroten van de bereikbaarheid, spelen een veel grotere rol.

Met rekeningrijden kan niet alleen worden belast per kilometer, maar kunnen ook factoren als tijdstip (tijdens de spits of juist daarvoor) en locatie (op dichtgeslibde verkeersaders of minder drukke routes) worden meegenomen. Dit leidt tot grotere gevolgen dan de mensen in Den Haag als gevolg van struisvogelpolitiek willen zien. Files zijn immers peperduur en een economische ramp voor B.V. Nederland. Met rekeningrijden zou dus niet alleen een eerlijke belasting worden gecreëerd die ook nog eens het milieu spaart, maar kunnen ook grote winsten worden geboekt op het gebied van bereikbaarheid met alle economische gevolgen van dien.

Waarom is rekeningrijden dan nog niet ingevoerd? Er zijn drie argumenten tegen het rekeningrijden: angst voor de inbreuk op privacy, angst voor hoge kosten en angst voor het falen van grote IT-projecten bij de overheid. Allen zijn echter ongefundeerd.

Ten eerste is de infrastructuur met de huidige technologie zeer goed betaalbaar. Voor nog geen 50 cent per dag kan voor elk voertuig in Nederland het rekeningrijden worden ingevoerd, dit is nog geen 180 euro per jaar voor een gebruiker, te verrekenen met de huidige belastingen op auto´s en brandstoffen. Hiermee kan rekeningrijden volledig budgetneutraal worden ingevoerd. In samenwerking met de rekenkamer kan dit hard worden gemaakt en kunnen de politici de feiten onder ogen zien.

Daarnaast heeft de overheid een hele slechte reputatie als het aan komt op grote IT-projecten. Zo heeft bijvoorbeeld de invoer van de OV-chipkaart vele jaren in beslag genomen en nog steeds zijn er veel fouten in het systeem. Wat men echter vergeet is dat de techniek die gebruikt wordt voor rekeningrijden al 15 jaar in de praktijk beproefd is door zakelijke rijders voor hun kilometerregistratie. De grootste investeringen zijn dus al achter de rug en het systeem functioneert al jaren nagenoeg perfect! Een unicum wat betreft technologie.

Tot slot worden er veel vraagtekens gezet bij de privacy van rekeningrijden. Echter speelt ook deze zorg al meer dan 15 jaar in de zakelijke wereld waar het systeem wordt gebruikt voor de bijtelling. Dit heeft geleid tot een keurmerk voor dergelijke systemen, mede opgesteld door de branchevereniging voor leveranciers van deze systemen, in samenwerking met andere partijen als de belastingdienst. Binnen de branchevereniging wordt extreem veel aandacht besteed aan privacy en zijn er hele strenge eisen voordat iemand zich ´certified member´ mag noemen. Daarnaast kan eenvoudig worden bepaald wat de fiscus uiteindelijk te zien krijgt. Het is zelfs mogelijk om alleen de kilometerstand en het kenteken door te geven. Bij strijd over gegevens blijft de eindgebruiker zelfs eigenaar van de gegevens en niet de leverancier van het systeem. Opnieuw is duidelijk dat de markt door jarenlange zelfregulatie een perfect compromis heeft kunnen vinden tussen privacy en bruikbaarheid van gegevens, waardoor de overheid dit niet meer hoeft te doen.

Al met al kunnen we een aantal zaken concluderen: rekeningrijden is eerlijk, bespaart het milieu en gaat de economie stimuleren van doorvoerland Nederland. Daarnaast zijn de issues die vroeger als argument tegen het rekeningrijden werden gebruikt allemaal efficiënt opgelost door de markt en kunnen we eenvoudig en volledig budgetneutraal overstappen op deze allesomvattende fiscale maatregel. Als branchevereniging maken we ons al jaren hard voor een eerlijke bijtelling op de zakelijke markt. Met het rekeningrijden kan iedereen echter profiteren van een deugdelijke belasting die voor iedereen eerlijk is. Als er ooit een kans is geweest om een veel rechtvaardigere oplossing in te voeren dan die we al hebben, is dat nu. Laten we daarom niet langer als struisvogels ons hoofd in het zand steken en het rekeningrijden invoeren. De branche is er klaar voor, nu de politiek nog.